fbpx
Protein dragon | Online coach | Voeding of Trainingschema
1989
post-template-default,single,single-post,postid-1989,single-format-standard,theme-bridge,bridge-core-2.0.3,woocommerce-no-js,,qode-page-loading-effect-enabled,qode-title-hidden,qode_grid_1300,columns-3,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-19.1,qode-theme-bridge,qode_advanced_footer_responsive_1000,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-6.0.5,vc_responsive

Aanspreken van de spier

Stel een doel

De samentrekking van de spier begint niet in de spier zelf maar in de hersenen. Vanuit de hersenen worden er stroomstootjes naar je zenuwen gestuurd die vervolgens een signaal afgeven aan de spier. Er is dus constant contact tussen de zenuw en de hersenen. De spieren ontvangen dit signaal en trekken samen, waardoor de spier en het lichaamsdeel in beweging komen. In de spiervezels zitten de myofibrillen, des te groter het signaal vanuit de hersenen is, hoe meer myofibrillen aangesproken worden. Het aanspreken en samentrekken van een spier is een erg complex begrip.

Samentrekking van een spier

Het lichaam geeft een signaal af om je spier samen te laten trekken. De samentrekking van spieren is mogelijk door deze twee eiwitten dat zich in de sarcomeer bevindt. De spierbeweging komt tot stand doordat de twee eiwitten (actine en de mysonine) in elkaar geschoven worden. Door deze beweging wordt actine meer naar elkaar toegetrokken. Het gevolg hiervan is dat de sarcomeer kleiner worden, en de spier samentrekt. Zodra de actine en mysonine van elkaar loskomen zal de spier ontspannen. Om deze samentrekking te kunnen realiseren wordt er energie gebruikt. De energie wordt veroorzaakt door glycogeen of creatinefosfaat voorraden die opgeslagen zitten in de spier. Deze voorraden zijn afkomstig vanuit voeding.

Spiergroei

Spiergroei zal plaatsvinden door een toename van de twee eiwitten (actine en myosine) in de sarcomeer en door een toename van sarcoplasma dat zich bevindt tussen de myofibrillen dat om de sarcomeer zit en in de spiervezels. We onderscheiden twee soorten spiervezels: type I- en type II-spiervezels, ook wel slow-twitchrespectievelijk fast-twitch spiervezels genoemd, een verwijzing naar de snelheid waarmee ze samentrekken. Mensen die aan krachttraining doen krijgen te maken met zowel hypertrofie (hypertrofie is het vergroten van afzonderlijke lichaamscellen) als hyperplasie (vergroting van een bepaald orgaan of weefsel) van de spieren. Door krachtraining zullen de hyofibrillen uitgeput- opgerekt worden. Hypertrofie is een toename van de diameter van individuele spiervezels. Spiervezels nemen echter niet in aantal toe, maar in omvang. Die groei wordt veroorzaakt door een toename van het aantal actine en myofibrillen en door een toename van het sarcoplasma dat zich bevindt in de cellen. Daarnaast wordt er op lange termijn een toename van celkernen gespeculeerd. De groei van de spier komt tot stand door een positieve eiwitsynthese (spierherstel).

Myofibrillen

Bij myofibrillaire hypertrofie groeit de spier doordat het aantal myofibrillen toeneemt. Myofibrillen zijn zogezegd de bouwstenen van spiervezels. Een toename van het aantal myofibrillen zorgt dus dat een spiervezel groter wordt. Myofibrillen zijn op hun beurt weer opgebouwd uit contractiele elementen (sarcomeres), die het samentrekken van de spier mogelijk maken. Spiergroei door een toename van het aantal myofibrillen. Deze toename van het aantal contractiele elementen wordt vooral geassocieerd met een toename in maximaalkracht en trainingsintensiteit.

Sarcoplasma

Spiergroei door een toename van het sarcoplasma wordt vooral geassocieerd met een toename in krachtuithoudingsvermogen en trainingsvolume. Het sarcoplasma bevat namelijk energievoorraden, in de vorm van glycogeen, die toenemen met sarcoplasmatische hypertrofie.